Verslag: Amée Zoutberg

Na een lange, succesvolle conferentiedag en vlak voor de borrel sluiten we af met een debatuurtje. Het gaat over belastingaangiftes, medische dossiers en Zweedse kindertekeningen: hoe ver moet de deur van de overheid eigenlijk openstaan? Feit is dat die nu vaak gesloten blijft, zelfs wanneer het een tamelijk onschuldig verzoek lijkt. Pieter Klein, voormalig adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, vindt dat het zo niet langer kan. “Ga als VVOJ en NVJ nu eens praten op het hoogste niveau, met de SG’s, met de topambtenaren op de ministeries. Misschien kunnen we dan weer wat redelijkheid bij hen terugbrengen – en daarmee ook in de journalistiek. Uit frustratie over een weigering heb ik ook weleens ‘geef dan maar alles van de afgelopen tien jaar’ gevraagd, maar dat maakt de situatie er natuurlijk ook niet beter op. Als zij redelijk zijn met het inwilligen van verzoeken, dan zijn wij dat ook met het indienen ervan.”

Roger Vleugels, juridisch adviseur en expert Wet openbaarheid van bestuur, ziet geregeld dat al te open ambtenaren worden overgeplaatst. De wet is echter duidelijk, het gaat dus om de integriteit van het ambtenarenapparaat, de wil om zich aan de wet te houden. Roger: “Integriteit is belangrijker dan jurisprudentie. Zonder integriteit van de uitvoerders blijft elke wet een dode letter.”

Lars Bové, onderzoeksjournalist bij De Tijd: “De overheid moet aan het begin meer openbaar maken. Als vooraf duidelijk is wat vrijgegeven wordt, dan heb je later in het proces minder discussie. Als zulke documenten later opeens belangrijk blijken, dan is al duidelijk wat moet gebeuren.”

In het onderzoek naar de banden tussen Shell en de overheid deed Roger Vleugels zeventien Wob-aanvragen in één keer, was dat nu wel nodig? Roger: “Op internationaal niveau is dat een gemiddeld verzoek, hoor.” Pieter Klein valt hem bij: “Er zijn hier minder verzoeken, onder meer door het gruwelijke verzet van de ambtenarij.” Hij geeft toe dat de aanvragen soms buitenproportioneel zijn, maar ja: de media functioneren nu eenmaal ook als waakhond en mogen controles uitvoeren.

Lars Bové merkt op dat de situatie omtrent wobben in België zo mogelijk nog erbarmelijker is. “Vrijgave hangt te veel af van de willekeur van individuele ambtenaren – en van hen zijn we juist afhankelijk.” Ook geven ambtenaren vaak aan dat het verzoek simpelweg te veel werk is. Journalisten moeten dan vaak compromissen sluiten. “Eigenlijk kun je hier legaal gezien geen beperking op zetten, maar het ontbreekt journalisten aan solidariteit om er iets aan te veranderen.”

Het probleem van het logge, langzame Wob-proces ligt volgens Roger bij de archieven. Volgens de Archiefwet moet er één ontsluitbaar systeem zijn, maar bestuursorganen hebben allemaal verschillende, onderling niet compatibele systemen, vaak onoverzichtelijk en verouderd. Soms sluit een huidig digitaal archief zelfs niet aan op dat van vijf jaar geleden, omdat er verschillende digitaliseringsprogramma’s zijn gebruikt. “In Shellzaak worden sommige archieven weer analoog gemaakt, omdat men er digitaal niet uitkomt.”

‘Persoonlijke beleidsopvatting’

Hoeveel openheid van overheidsinformatie willen we eigenlijk? Pieter houdt ook wel weer van het ‘straatgevecht’ dat de Wob nu is. “De Wob is geen recht, maar een gevecht. Een tactisch steekspel tussen journalisten en overheid, waarbij je een goede strategie moet hanteren om te krijgen wat je wilt. Ik houd daar wel van. In Zweden mag je zelfs een kindertekening opvragen wanneer die in een overheidscrèche is gemaakt, dat hoeft voor mij ook weer niet.” Roger: “Een kindertekening is een persoonlijke beleidsopvatting van dat kind en dat vormt een weigergrond.”

De belastinggegevens dan? Die zijn in Zweden openbaar inzichtelijk. Pieter maakt zich niet druk om zijn eigen aangiftes – “Zo interessant zijn die niet.” Lars vindt dat de grens bij de medische dossiers ligt, die overigens ook in Zweden een uitzonderingspositie hebben. Roger stelt voor om volledige openbaarheid alleen in groepsverband toe te staan, ook bij maatschappelijk belang. “Voor een borstimplantaatonderzoek kun je bijvoorbeeld de gegevens opvragen van vijf tot zeven vrouwen, dan wordt de individuele privacy gewaarborgd.”

We hebben gezien hoe het in Zweden gaat: vrijwel elk verzoek wordt binnen een dag gehonoreerd. Dat moet in Nederland toch ook mogelijk zijn: binnen enkele dagen de gevraagde documenten, die dan niet allemaal zijn zwartgelakt. Met dat in het achterhoofd wordt Pieter om een laatste advies voor het publiek gevraagd. Hij besluit: “Er zit maar één ding op: lekker doorwobben…”