Verslag: Vincent Weggemans

Veel wetgeving komt uit Europa, maar er zijn nog maar weinig journalisten die daar gebruikmaken van hun recht op informatie. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft gesteld dat toegang tot informatie een fundamenteel recht is, dat deel uitmaakt van de vrijheid van meningsuiting. Staffan Dahllöf (@staffaniDK), freelancejournalist en Europees wobber par excellence, ziet veel bemoedigends als het gaat om FOI-wetten, de ‘freedom of information’. Staffan: “De eerste stamt uit 1766 en is, niet zo verwonderlijk, van Zweedse makelij. Het daar gemunte ‘offentlighetsprincipen’ vindt zijn weg naar steeds meer wetgeving. Waren er in 1980 wereldwijd slechts zeven ‘recht op informatie’-wetten, in 2000 waren het er 38, in 2011 90 en tegenwoordig gaan we al naar de 130.”

Goed nieuws dus, maar bij de EU worden nu jaarlijks 5000 tot 7000 Wob-verzoeken ingediend, wat toch niet veel is voor een bevolking van zo’n 500 miljoen mensen. Daarbij worden de meeste informatieverzoeken ingediend door wetenschappers, lobbyisten en advocaten; journalisten zijn slechts goed voor 4,6 procent van het aantal verzoeken. Staffan: “I like to use the word wobbing as well, sounds better than ‘a FOI-request’. Als we dat ‘wobbing’ goed willen laten werken, is er ook druk van onderaf nodig: de gebruikers moeten laten zien hoe belangrijk die wet is. Er is sinds 1998 bijvoorbeeld een ‘Aarhus Conventie’, die stelt dat het recht op openbaarheid nog groter is als het gaat om milieukwesties. Elk Europees land moet die conventie weliswaar zelf in wetgeving implementeren, maar in Genève zetelt een ‘Aarhus Convention Compliance Committee’. Daar kun je terecht als je vindt dat je bepaalde informatie ten onrechte niet hebt gekregen.”

Eigen procedures

Wat voor veel Nederlandse instituties geldt, geldt echter ook voor de Europese: archieven en registers zijn vaak, laten we zeggen, suboptimaal georganiseerd. Staffan: “Elk instituut heeft zijn eigen werkwijze, de verschillen zijn enorm. De Europese Commissie heeft een puinhoop als register, je vindt er nooit wat je zoekt. De Raad is het meest ‘geheimzinnig’, maar heeft wel het beste register. Gebruik daarom AsktheEU.org, dat is een project van Access Info Europe, gevestigd in Madrid. Via hun site kun je eenvoudig een Europese informatieverzoek indienen. Let wel op: zij publiceren de uitstaande verzoeken, het is dus de vraag of je dat wilt.”

Je kunt ook via een van de lidstaten een informatieverzoek indienen. Veel Europese instituten zitten verspreid over Europese landen en vallen ook onder de lokale informatiewetten. Elk land heeft zijn eigen procedures en afwegingen, het is een kwestie van veel ervaring – en vaak proberen – om te weten welke route tot het beste resultaat leidt. En inderdaad: is er een Zweeds linkje, dan kan het de moeite lonen via de website Regeringen.se (wel even goed zoeken en doorklikken) een verzoek in te dienen.

Staffan: “Met name ‘high level expert groups’ zijn erg interessant: zij praten mee voor besluiten worden genomen. In de verslagen van die bijeenkomsten kun je zien wat de verschillende denkwijzen zijn, maar vaak worden juist die discussies zwartgelakt. Het is echter niet gezegd dat dat door elk land gebeurt. Probeer het dus op verschillende plekken. En houd ook organisaties als StateWatch.org en European Observatory in de gaten, zij hebben veel informatie.”

En: “De belangrijkste tip is nog wel dat je een kopie van je eigen verzoekschrift bewaart. Zo’n verzoek raken ze meer dan eens onderweg kwijt en dan kun je niet meer controleren of je alles hebt gekregen.”